Tafeltennis
2 of 4 spelers - naar de spelregels van de Nederlandse Tafeltennisbond
Een game
Wie als eerste elf punten haalt, wint de game, mits met minstens twee punten verschil. Bij 10-10 wordt doorgespeeld tot dat verschil er is.
Een wedstrijd
Een wedstrijd bestaat uit drie of vijf games. Wie de meeste games wint, wint de wedstrijd.
Wie begint
Het lot bepaalt wie mag serveren. Meestal raadt de tegenstander in welke hand het balletje zit, waarbij beide handen onder de tafel worden gehouden.
Serveren
Leg de bal stil in je vlakke hand en gooi hem minstens zestien centimeter recht omhoog. Sla hem daarna met je batje. De bal moet tijdens het serveren zichtbaar blijven voor je tegenstander en bij het opgooien achter de tafel blijven.
Na twee services gaat de opslag naar de tegenstander. Vanaf 10-10 wordt om en om geserveerd.
Een let
Bij een goede service komt de bal via je eigen tafelhelft direct op die van je tegenstander. Raakt hij daarbij het net maar komt hij verder goed terecht, dan is het een let en wordt de service overgedaan.
De terugslag
Je tegenstander slaat de bal terug zonder zijn eigen tafelhelft nog te raken; de bal moet op jouw tafelhelft belanden. Via het net mag hier wel.
Een punt
Een punt krijg je als je tegenstander verkeerd opslaat of verkeerd terugslaat.
Wisselen
Na elke game wisselen de spelers van tafelhelft. In een beslissende game wisselen ze bovendien zodra iemand vijf punten heeft.
Dubbelspel
Bij het dubbelspel gelden vier extra regels.
Diagonaal serveren
De bal moet eerst in de rechterhelft van je eigen tafelhelft stuiten en vandaar diagonaal in de rechterhelft van de tegenstanders, gezien vanuit hen.
Om de beurt slaan.
De volgorde ligt vanaf het begin vast. Wie serveert brengt de bal in het spel, daarna slaat zijn dubbelpartner terug, dan de tegenstander, dan diens partner. Slaat iemand twee keer achter elkaar, dan is het punt voor de tegenstanders.
Wisselen van plaats
Na elke twee punten gaat de opslag naar het andere team. De speler die net serveerde stapt opzij en zijn partner wordt de ontvanger, zodat bij de volgende servicebeurt de andere speler van het team serveert.
Na elke game wisselen serveerder en ontvanger zo, dat een serveerder nu naar de andere tegenstander slaat. In een beslissende game wisselen de teams bovendien van tafelhelft zodra een team vijf punten heeft, en verandert ook de ontvanger.